Sociale structuur

Sommige katten worden schijnbaar zonder problemen alleen gehouden en hebben nooit contact met soortgenoten. Andere katten leven in groep en lijken dat heel gezellig te vinden. Maar wat is nu de beste manier om katten te houden? Het antwoord op deze vraag vinden we bij de kat zelf.

Solitair?
De kat is van oorsprong een solitaire jager, die leeft van de jacht op kleine knaagdieren. In natuurlijke omstandigheden zijn deze knaagdieren verspreid over grotere oppervlakken en moeten katten behoorlijk wat moeite doen om aan voldoende prooien te komen. Leven in grote groepen is dan niet mogelijk, want er zou onvoldoende voedsel te vinden zijn. Vandaar dat katten van nature alleen of in kleine groepjes leven. Vaak zien we een patroon van enkele kleinere territoria die bezet worden door kattinnen en die overlapt worden door een groter territorium van een kater. Deze kater is meestal de vader van de kittens van de kattinnen/poezen die in zijn territorium leven. Toch leven deze katten niet helemaal solitair: de kater heeft contacten met de poezen en de poezen zelf zijn meestal vergezeld van hun kittens. Deze blijven minstens 16 weken bij hun moeder en meestal zelfs tot ze zelf geslachtsrijp worden. Eenzaam zijn deze katten dus zeker niet!

Of toch sociaal?
Tesamen met het ontstaan van de landbouw en steden, ontstonden er ook rijkere én meer gegroepeerde voedselbronnen voor de katten. Denk maar aan muizen op een boerderij, ratten op een vuilnisbelt of visafval in een haven. Voedsel was in dit geval geen probleem meer en katten konden in groepen gaan leven.

Dit is ook wat we vandaag vaak zien bij moderne zwerf- of verwilderde katten. Meestal bestaat een groep uit een aantal verwante vrouwtjes (moeder, dochters, zussen, tantes, nichten…), die samen een territorium innemen. Vrouwelijke kittens blijven vaak levenslang bij hun moeder en krijgen op hun beurt kittens, die ze samen grootbrengen. De katertjes blijven meestal in de groep tot ze sociaal volwassen worden (1-1,5 jaar) en worden dan vriendelijk verzocht het territorium te verlaten.

Een kolonie bestaat uit meerdere van dergelijke ‘vrouwengroepjes’, gecombineerd met een aantal onverwante katers die deze dames erg interessant vinden. Kattinnen paren vaak met verschillende katers uit de kolonie en kittens uit één nest kunnen dan ook verschillende vaders hebben.

Sociaal flexibel!
Katten zijn dus van nature erg flexibel als het gaat om sociale structuur. Ze kunnen zowel solitair leven als in een grote groep. Hou er echter wel rekening mee dat zelfs solitair levende katten nog regelmatig contact hebben met soortgenoten. Een kat alleen op een appartement houden zonder dat hij zelf buiten contact kan zoeken met soortgenoten, is geen goed idee. Een uitzondering hierop zijn katten die te vroeg bij de moeder zijn weggehaald en daardoor nooit geleerd hebben hoe ze moeten omgaan met andere katten. Toch zijn ook voor dit soort katten vaak geschikte maatjes te vinden. Vraag hierbij raad aan een professionele kattengedragstherapeut.